Uitvoeringsregeling Scholingsbonus
Mbo-vakkrachten die een diploma behalen op niveau 2, 3 of 4 én op dat moment werkzaam zijn bij een werkgever die onder de Cao SAVG valt, hebben recht op een scholingsbonus van in totaal EUR 2.500,- bruto.
Met deze regeling wordt het vakmanschap binnen de sector versterkt en tegelijkertijd de duurzame inzetbaarheid van werknemers bevorderd. Werknemers worden gestimuleerd om vakdiploma’s binnen de bedrijfstak te behalen, zodat hun kennis en vaardigheden blijven groeien. Ook draagt de regeling bij aan een sterkere binding met de sector en de werkgever, wat zorgt voor meer betrokkenheid en continuïteit.
Uitbetaling en voorwaarden van de scholingsbonus
De scholingsbonus wordt gefaseerd uitgekeerd:
- € 1.250 bruto,- bij diplomering, mits is voldaan aan de voorwaarden volgens de cao USAVG.
- € 1.250 bruto,- na 16 maanden voortzetting van het dienstverband binnen de bedrijfstak.
De aanspraak op het tweede deel van de scholingsbonus bestaat indien de werknemer gedurende 16 maanden na diplomering ononderbroken werkzaam blijft binnen de bedrijfstak bij een werkgever die onder de werkingssfeer van de CAO valt.
De scholingsbonus is met terugwerkende kracht van toepassing vanaf de ingangsdatum van de nieuwe cao SAVG (van 1 november 2025 t/m 31 december 2028). Dit betekent dat diploma’s die zijn behaald op of na deze ingangsdatum in aanmerking komen voor de scholingsbonus.
Werknemers die hun diploma vóór de ingangsdatum van de nieuwe cao SAVG hebben behaald, kunnen geen aanspraak maken op de Scholingsbonus.
- Leidend is het dienstverband: De scholingsbonus is gekoppeld aan de werkgever waar de leerling in dienst is (arbeidsovereenkomst), niet aan de partij waar hij feitelijk werkt (inlener).
- Werkingssfeer cao is bepalend: Alleen als de leerling in dienst is bij een werkgever die onder de cao SAVG valt, bestaat recht op de scholingsbonus.
- Schildersvakopleiding: Is de leerling daar in dienst, dan is de Schildersvakopleiding de werkgever.
→ Alleen als deze onder de cao valt, is er recht op de bonus. - Wie keert uit? De juridische werkgever (dus de partij waar de leerling in dienst is).
- Wie vraagt aan bij SUSAG? Dezelfde werkgever (niet de inlenende partij).
- Inlener: Heeft geen rol bij recht, uitbetaling of aanvraag.
Deze opzet stimuleert niet alleen het volgen van een opleiding, maar ook de binding met de sector en de werkgever. U kunt als werkgever voor deze regeling een tegemoetkoming aanvragen bij SUSAG. De aanvraag voor de tegemoetkoming in de kosten van de scholingsbonus moet binnen één jaar na het behalen van het diploma worden ingediend.
Klik hier voor het reglement Uitvoeringsregeling Scholingsbonus.
